De doundoun

doundouns

Deze bastrommels worden veel gebruikt als begeleiding van de djembé. De trommel is gemaakt van een uitgehold rond stuk hout en is aan beide zijden bespannen met een koeienvel. De trommels hebben drie verschillende groottes en zijn genoemd naar leden van het Afrikaanse gezin.

Kenkeni - 'het kindje'

Dit is de kleinste trommel en heeft een doorsnede van 20 tot 25 cm. Hij geeft een hoge, korte klank en geeft het tempo aan door middel van een eenvoudig ritme.

Sangban - 'de vader'

Deze trommel is middelgroot met een lengte van 65 cm en een doorsnede van 30 cm. Hij geeft een lagere en langere toon dan de kenkeni. De sangban is het hart van het ritme.

Doundounba - 'de moeder'

Dit is de grootste van de drie trommels. De doorsnede meet 50 tot 80 cm en de hoogte is soms meer dan een meter. De doundounba laat een lage en langdurende toon horen, die diepte aan het ritme geeft.

Doundouns bespelen

De doundouns worden horizontaal op een standaard geplaatst en met een ronde stok aan de zijkant bespeeld. Bovenop de trommels kunnen bellen worden bevestigd; de kenkens. De drie trommels worden normaal gesproken door drie percussionisten bespeeld. Soms speelt één percussionist op alle drie de trommels tegelijkertijd. Dan worden de trommels verticaal neergezet.